donderdag 17 augustus 2017

Allemaal mensen

We hebben een plek boven in een dubbeldekkerbus bemachtigd. Met ons kaartje kunnen we hier in Londen onbeperkt reizen met de metro maar ook met de bus. We laten ons dus rijden, de stad door en genieten op onze hoge zitplaats van het uitzicht.

De metro is razendsnel. We hadden opgezien tegen dit ondergrondse vervoer, maar het is allemaal zo goed geregeld en overzichtelijk dat we veel met de underground reizen. Het gaat snel en in no time zijn we weer bij het volgende museum of de volgende kerk aangekomen. In de bus gaat het heel langzaam: de straten zijn overvol en soms is de hele stad één grote file. Maar wij hebben de tijd en wij kijken onze ogen uit.


 Op de hoek van een straat is ineens een winkel met paraplu's: niets anders dan paraplu's. Beroemde gebouwen komen voorbij en voor ons rijden de bekende Engelse taxi's. Maar we verbazen ons het meest over de vele verschillende mensen. We zien vrouwen in minirokjes, maar ook vrouwen die compleet gesluierd zijn, we zien vrouwen met paars of blauw haar, vrouwen in Indiase sari, maar ook dames in jurken van kant met hoeden op (Engelser kan niet), mannen strak in pak maar ook in slobberige trainingsbroeken en met tatoeages over hun hele bovenlijf.

Het is opvallend hier nog vrouwen zijn die een hoed dragen. Dat zie je bij ons eigenlijk alleen op zondag, op de Veluwe. Maar hier horen hoeden nog bij een mooie jurk. Wat we bij ons ook maar weinig zien, is de Niqaab. Hier in de Londense straten zien we er vele, en als we in warenhuis Harrods rondkijken, staan we er midden tussen. Ze zijn allemaal helemaal zwart en we zien alleen twee ogen. Zelfs de handen van de draagsters zijn niet te zien, omdat ze zwarte handschoenen dragen.

We moeten er wat aan wennen, aan die Niqaabs. Dat er behalve die ogen niets menselijks meer aan te zien is, is vreemd. En dat het dan ook nog allemaal zo diepzwart is. Deze zwarte gedaanten zijn heel onpersoonlijk en onherkenbaar. Ze lijken allemaal hetzelfde en laten zo goed als niets meer zien van de draagster. Onder die zwarte gewaden is het persoonlijke, het unieke verborgen. Ik vind dat jammer. Ik geniet altijd van mensen met een mooie jurk, een bijzondere hoed, van mooie stoffen, sieraden en kapsels. Maar al het mooie wordt bij een niqaab onder het zwarte verborgen.

Al die verschillende mensen met hun verschillend uiterlijk lopen hier in die grote stad Londen dwars door elkaar. Mensen met heel verschillende waarden en normen, met andere geloofsovertuigingen en andere ideeën over wat mooi of goed is. We zien mannen met keppeltjes, vrouwen in Nikaab, mannen met tulbanden. Dat zij zich door hun kleding verbinden met een bepaald geloof vind ik ook wel weer mooi. Want het geloof verbindt mij met die jood met dat keppeltje en die vrouw in Nikaab. Mijn geloof heeft geen kledingvoorschriften. Ik hoef geen lange rokken te dragen of op zondag een hoed. Maar ik draag een Taizé-kruisje om mijn hals. En juist géén zwart, omdat voor mij geloof te maken heeft met de prachtige veelzijdigheid van kleuren in onze wereld.


Vol verbazing bekijken wij die bonte veelkleurige wereld vol verschillen daar aan onze voeten, terwijl de bus stapvoets doorrijdt. Het is niet altijd makkelijk, al die verschillen tussen mensen. Maar het is ook weer heel mooi dat mensen allemaal zichzelf kunnen zijn en hun eigen keuzes kunnen maken. Of je nu je haar paars wilt spuiten, een niqaab wilt dragen of een mooie hoed op wilt zetten:  hier in Londen kan het allemaal. Wat mij betreft is dat de uitdaging én de kracht van onze multiculturele wereld. Niet iedereen in zijn eigen hokje, tussen gelijkgestemden – maar ieder op zijn of haar eigen wijze deel van het grote geheel.  Laten we elkaar daarvoor de ruimte geven: bikini of boerkini, niqaab of mijn bonte batikstof: allemaal zijn we mensen en sámen vormen wij de sámenleving!

donderdag 10 augustus 2017

Vele stijlen. Eén schilder. Wat een inspiratie!

Vandaag heb ik een inspiratiedag. Gewapend met een voordeling treinkaartje en mijn rugzak stap ik in de trein naar Den Haag. Dankzij de uitvinding van de laptop en de stiltecoupé kan ik eerst een paar uur ongestoord en geconcentreerd aan het werk. Terwijl het landschap aan mij voorbij trekt, denk ik na en schrijf ik teksten.

Met een OV fiets doorkruis ik Den Haag, eerst tegen de wind van zee in. Mijn doel is het Gemeentemuseum met de expositie: 'De ontdekking van Mondriaan'. De tentoonstelling geeft de ontwikkeling van de schilder Mondriaan weer, beginnend bij een in realistische stijl geschilderd stilleven met appels en eindigend met het beroemde 'Victory Boogie Woogie'.


Mondriaan schildert wat hij ziet, naar de natuur. Eerst zien we schilderijen van was aan de lijn, van een kind voor een boerderijtje. Dan bomen aan het water, wilgen met zon, een zomeravond. Hij geeft de indruk weer die dat landschap bij hem achterlaat en roept daarmee een bepaalde stemming op. Gaandeweg ontwikkelt hij zich: hij maakt schilderijen met een bijzondere vlakverdeling, bijvoorbeeld met een heel hoge horizon. Dan beginnen de kleuren te veranderen van donkerder naar steeds helderder en feller. Hij schrijft dat hij voelt dat de schilderkunst een nieuwe manier moet vinden om de schoonheid van de natuur weer te geven.


In de verdere ontwikkeling van Mondriaans kunst worden lijnen, met name horizontale en verticale, belangrijk. Want volgens Mondriaan komen deze twee tegengestelde krachten overal voor en vormt juist deze tegenstelling alles, het 'leven'. Hij schildert abstracte duinlandschappen en bomen. Tenslotte werkt Mondriaan met vlakken in primaire kleuren en zwarte lijnen. Hij is uiteindelijk met die kunst het meest bekend geworden. Zijn laatste schilderij, waar hij nog mee aan het werk was toen hij stierf, is een schilderij vol kleine gekleurde vlakjes en is later 'Victory Boogiewoogie' gaan heten.


Als je zo door de tentoonstelling loopt, is het niet voor te stellen dat al deze zo verschillende kunst door één en dezelfde schilder gemaakt is. Je zou eerder denken dat hier werk hangt van vijf verschillende mensen. Het is indrukwekkend dat iemand zich zo heeft ontwikkeld: steeds een nieuwe stap, steeds een nieuwe stijl. Dat moet je durven. En je moet er dingen voor los laten. Mondriaan doet dat zelfs wel heel letterlijk: op een gegeven moment verkocht hij zijn werk, verbrak zijn verloving en vertrok naar Parijs.

Wij mensen blijven vaak in dezelfde kringetjes ronddraaien. Vaak beseffen we het niet. Of we willen wel anders, maar durven niet. Want dingen loslaten is niet makkelijk. Het vertrouwde en bekende geeft zekerheid en dat hebben we als mens nodig. Maar voor nieuwe ontwikkelingen is ruimte nodig, moet je de beschutting van het vertrouwde los laten. Mondriaan laat zien dat dat kan. Wat een inspiratie!


Op mijn OV fiets ga ik via een andere route weer terug. Nu rijd ik door parken en langs water, met de wind in de rug. Met deze inspiratie kan ik naar mijn dagelijkse leven terug. Ook daar liggen kansen om nieuwe stappen te zetten en mij te ontwikkelen.


'De ontdekking van Mondriaan' is nog te zien t/m 24 september 2017. Zie: www.gemeentemuseum.nl

donderdag 3 augustus 2017

Een monument voor de armen

Een ontelbaar keer gestopte onderbroek tot kunst verheven – dat zie je bijna nergens. Behalve dan in Workum bij het Jopie Huisman Museum. Jopie Huisman was een oudijzerkoopman en voddenboer die ook schilderde. In zijn drukke bestaan was het schilderen een tijd lang op de achtergrond geraakt. Tot er een crisis in zijn leven kwam: een scheiding. Hij keek ineens anders naar die lompen, die weggegooide kledingstukken. Hij herkende zichzelf erin: weg gedaan, afgeschaft. Hij begon zo'n oude, eindeloos verstelde onderbroek die hij tussen de vodden vond te schilderen en zo ontstond zijn eigen stijl.


In de loop van de geschiedenis zijn het steeds de rijke en invloedrijke mensen geweest die hun sporen hebben nagelaten tot in onze tijd. Naar hen zijn straten genoemd, voor hen zijn monumenten opgericht, hun kleding en huisraad zijn te vinden in musea en hun huizen en kastelen trotseren de tijd.

Van belangrijke mensen werden portretten geschilderd. Zij dragen weelderige kanten kragen, dure stoffen met zilveren knopen: kleding van waarde. Bij de voddenboer komt die kleding niet terecht. Daar vind je afgedragen en tot op de draad versleten kleding van de armen.

Maar net als die dure jurken met kant hebben ook die versleten kledingstukken hun verhaal. Niet het verhaal van grote namen en van de geschiedenisboekjes en standbeelden. Maar het verhaal van de kleine, gewone mensen die hard moesten werken en weinig te kiezen hadden. Ze deden wat gedaan moest worden en ze waren blij als dat genoeg opleverde om van te leven. Deze mensen kregen en krijgen geen waardering. En dat terwijl ze de geschiedenis 'dragen'; zonder deze gewone mensen, de werklieden, de huisvrouwen, de fabrieksarbeiders, vissers, boeren, boerenknechten en ambachtslieden kan geen maatschappij functioneren. Dan wordt er geen huis gebouwd, geen brood gebakken, geen melk gedronken. Vreemd genoeg gaat de waardering altijd uit naar de bestuurders: stadhouders, de adel, de burgemeester en ga zo maar door.

Jopie Huisman schilderde nu juist niet de zijden gewaden van de adel, maar de ontelbaar vaak gestopte onderbroek van een gewone arbeider. De onderbroek getuigt van armoede, zuinigheid en van hard werken. Hij getuigt van geduld en aandacht. Van de dingen op waarde schatten en ze gebruiken tot het echt niet meer gaat.


Zo worden deze schilderijen een ode aan de gewone hardwerkende mannen en vrouwen die onze maatschappij opbouwden. Moeders, vaders, grootmoeders, grootvaders, landarbeiders en fabrieksarbeiders van wie de namen in vergetelheid raakten. Maar hier in het Jopie Huisman Museum is een monument voor hen opgericht.

In onze tijd van verspilling en van een steeds groter wordende kloof tussen rijk en arm, kunnen deze schilderijen ons veel leren. Hoe verdelen wij de rijkdom op onze wereld? Hoe gaan wij met ons bezit om? Achteloos en zonder besef van de waarde ervan?

Jopie Huisman wilde zijn schilderijen niet verkopen. Ik vind dat mooi, want door er veel geld mee te verdienen zou hij afbreuk gedaan hebben aan waar de schilderijen voor staan. Hij heeft ze geschonken aan de stad Workum en zo zijn ze nu voor iedereen te zien: als een tegenwicht tegen alle dikdoenerij en grootheidswaan, tegen alle verspilling, armoede en onrecht. Als een oproep tot geduld en aandacht, tot waardering van het kleine en gewone.

Freek de Jonge noemde het Jopie Huisman Museum het museum van het mededogen. Dat dit mededogen onze kijk op de wereld en ons omgaan met de dingen mag veranderen!

Voor meer informatie en de kunst van Jopie Huisman: www.jopiehuismanmuseum.nl

zaterdag 29 juli 2017

Het beste souvenir

Bij de bakker in Bolsward hoef ik mijn naam niet meer te zeggen als ik een bestelling op wil halen. Hoewel ik hier niet woon, ben ik hier inmiddels wat thuis. In deze omgeving staat onze tent, voor de derde keer dit jaar. Ik weet hier dus al wat de weg en dat vind ik fijn.

Al fietsend ontdekken wij allerlei nieuwe plekken: Friese stadjes met een oude geschiedenis, kleine dorpjes en oude kerken op een terp. We fietsen langs oude kanaaltjes, over eeuwenoude zeedijken en langs de IJsselmeerdijk. En 's avonds gaan we weer terug naar ons nieuwe thuis: onze tent op dezelfde camping.

Wij zijn dit jaar drie keer in dezelfde omgeving: een camping midden in de weilanden bij een voormalig boerenbedrijf. Rondom de tent knotwilgen en daar tussen door een weids uitzicht met grasland, boerderijen en kerktorens in de verte. Het is hier zó stil: alleen het geluid van kwakende kikkers, fluitende vogels en zoemende insecten verbreekt af en toe de stilte. 



 Wij weten inmiddels een paar blokjes om vanuit de tent. Tot onze verrassing is het steeds dezelfde wandeling maar tegelijkertijd ook niet. De eerste keer bloeiden de appelbomen en het fluitenkruid. Nu hangen er kleine groene appeltjes aan de bomen en zitten de schermen van het fluitenkruid vol zaad. Toen waren de weilanden vol boterbloemen, nu staan er statige zwanenbloemen in de sloten en bloeien er waterlelies. Toen was het gras langs het pad groen, nu heeft het lange pluimen vol zaad. Toen bloeide de meidoorn, nu bloeien de vlier en de berenklauw en is het tot 11 uur 's avonds licht.

Inmiddels is de langste dag geweest en worden de dagen langzaam weer wat korter. Het is bijzonder hoe de seizoenen elkaar opvolgen en alles om ons heen steeds in een ander licht zetten. Het heldere voorjaarsgroen heeft plaatsgemaakt voor het diepgroene groen van de zomer en de vruchten krijgen nu de tijd om te rijpen. Bij onze tent maken we vlierbloesemlimonade. De bramen zijn nog groen, maar wie weet kunnen we daar de volgende keer jam van maken. 


Het is bijzonder om op dezelfde plek lente én zomer te ervaren. Het maakt hetzelfde landschap weer heel anders. Het maakt je meer dan thuis bewust van de gang van de seizoenen, van alles om ons heen wat steeds in beweging is, steeds aan verandering onderhevig.

In ons drukke leven van jachten en jagen is vaak geen tijd meer om je open te stellen voor die ervaringen: het luisteren naar de kikkers, kijken naar de libellen, naar die ene bloem die er vorige week nog niet was. Ook tijdens onze vakanties vliegen en rijden we tegenwoordig de hele wereld over. Soms lijken onze vakanties wel erg op ons gewone leven: druk en vol, vol haast en stress.

Ik kom tot rust aan de rand van een weiland en in de gang van de seizoenen. Ik bedenk me dat er thuis ook weilanden zijn en seizoenen die beleefd kunnen worden. Misschien is dat iets om van deze vakantie mee naar huis te nemen: af en toe tijd nemen om de seizoenen te beleven, daar waar je woont. Dat is pas een souvenir waarmee je het vakantiegevoel kunt vasthouden!



vrijdag 21 juli 2017

Spiritualiteit van de hoop

Er staan meer dan tien boeken van zijn hand in mijn kast. Vorig jaar kwam hij naar Almelo: Anselm Grün, monnik en schrijver uit Duitsland. Hij kwam op uitnodiging van de school van onze dochter. In de Grote Kerk in Almelo was een divers publiek gekomen: naast mensen van school ook belangstellenden van buiten. Ik zit achterin, tussen een paar rijen met leerlingen. 

De boeken van Anselm Grün zijn voor mij op allerlei momenten een bron van inspiratie geweest. Zij zijn geschreven met 'beide benen op de grond' en tegelijkertijd reiken zij naar boven, naar meer dan het gewone. Grün is geen kamergeleerde, maar iemand die midden in de wereld staat en schrijft voor mensen in hun gewone dagelijkse leven anno nu. 

Spiritualiteit is volgens Grün niet bedoeld om er de realiteit mee te ontvluchten, maar om haar te veranderen en dan in de zin van: ontwikkelen. Spiritualiteit is een zachte kracht, positief en optimistisch. Grün noemt het 'die Spiritualität der Verwandlung'. Het betekent dat mensen en de wereld kunnen veranderen, kunnen groeien. Dat past helemaal bij een school, bij onderwijs. Daar leren kinderen niet alleen feiten en vaardigheden, maar daar ontwikkelen zij zich van kind tot jongvolwassene. Tegelijkertijd zie ik die groei en ontwikkeling als levenslange opdracht voor ieder mens. Voor mij is de kerkgemeenschap zo'n plek waar mensen ruimte en handvatten krijgen voor groei en ontwikkeling.


Als mens ben en blijf je leerling: leven is een leerschool, tot aan je laatste ademtocht toe. Als je geboren wordt, moet je leren staan en lopen, leren eten en zindelijk worden. Als je ouder wordt leer je schrijven, lezen en rekenen. Je moet leren argumenteren, leren keuzes maken, leren liefhebben, leren relativeren en leren loslaten. Dat proces gaat levenslang door: steeds weer nieuwe omstandigheden betekenen dat je steeds weer bij moet (mag!) leren. Dat een mens steeds dingen moet leren heeft soms iets lastigs, maar het is ook een kans: een mens kan zich al lerend ontwikkelen en sterker worden voor zichzelf en voor anderen. 

Spiritualiteit heeft voor mij te maken met die leerschool, met het besef dat mensen kunnen groeien en zich ontwikkelen. Grün stelt dat kerk en school de functie hebben om het verlangen naar iets gróters wakker te houden. Centraal in Grüns lezing is de hoop: 'die Hoffnung stirbt zuletzt'. De hel is waar geen hoop meer is. Spiritualiteit heeft te maken met het besef dat een mens, en dus de wereld zich kan ontwikkelen: dat zij menselijker kan worden, beter, barmhartiger.  

Spiritualiteit heeft niet te maken met navelstaren. Het gaat juist om onze wereld en onze plaats daar in. Het gaat om de hoop levend houden en doorgeven. Op school en in de kerk, maar ook thuis, in het gezin, en op al de plekken waar je met mensen samen bent. Ik geloof in die spiritualiteit: 'Die Spiritualität der Verwandlung'. Er is nog genoeg te doen: waar wanhoop is, hoop brengen, waar haat is liefde, waar oorlog is vrede en ga zo maar door. Dit gebed, toegeschreven aan Fransiscus van Assisi is voor mij wezenlijk. Geloof en spiritualiteit wil niet zeggen dat je het aan God overlaat, maar juist dat je zelf een taak krijgt. Dat mensen iets kunnen veranderen, dat de wereld daardoor kan veranderen: dat geeft hoop!!!

donderdag 20 juli 2017

Soms wil je ergens blijven

Soms wil je ergens blijven. Bijvoorbeeld 's morgens als de wekker gaat of als je pauze hebt en lekker buiten in het zon thee drinkt. Maar je moet op een gegeven moment je bed uit of weer achter je computer aan het werk.



Dat gevoel van ergens willen blijven heb ik hier altijd, in het klooster van Taizé. Op deze heuvel vind ik rust en inspiratie en ervaar ik verbondenheid met velen over de hele wereld. Het ritme van de vieringen in de kerk, tijd voor bezinning én gezelligheid, het gezamenlijke eten en werken: dit alles doet goed. Die sfeer van gastvrijheid, van openheid, van vrede en verbondenheid wil ik niet kwijt. Maar hier blijven gaat niet: ik heb ook een ander leven elders.

De monniken die zich aan deze gemeenschap verbonden hebben, blijven. Je neigt er dan toe een beetje jaloers op hen te worden. Maar ik realiseer mij dat zij het leven hier misschien ook wel zo ervaren als ik mijn leven thuis: te druk, te veel verantwoordelijkheid, stress en onrust. Want al die duizenden gasten elke week weer, dat zal voor de broeders een hele opgave zijn. Waar ik gast ben en juist weinig verantwoordelijkheid heb, hebben de zij de hele last van verantwoordelijkheid en werk op hun schouders.

Kloosters zijn van oudsher gastvrije plekken waar de broeders of zusters gasten opnemen en laten delen in hun wijze van leven. Maar wie zelf intreedt, krijgt ook medeverantwoordelijkheid. Dankzij deze mensen die de gemeenschap dragen, kunnen wij als gasten een week tot onszelf komen en ons bezinnen op ons leven en onze keuzes.



Hier wil ik blijven. Die sfeer van rust en inspiratie wil ik niet kwijt. Maar ik hoef dat ook niet kwijt te raken. De broeders moedigen ons aan om iets van die sfeer en de kracht van hier méé te nemen naar huis. De Geest van Taizé is zo nodig!

We zingen deze week vaak het lied met de tekst van broeder Roger:

Heureux qui s’abandonne à toi, ô Dieu, dans la confiance du cœur.
Tu nous gardes dans la joie, la simplicité, la miséricorde.

Gelukkig wie zich op U verlaat, o God, met een hart vol vertrouwen.
U bewaart ons bij vreugde, eenvoud en barmhartigheid

Het is de bedoeling dat wij vanuit ons geraakt worden aan de slag gaan op onze eigen plek in de wereld: ons gezin, ons werk, onze stad. Dit jaar lezen we voorstellen voor het bewandelen van wegen van hoop in de jaarbrief van de prior, broeder Aloīs:

"Hoe kunnen we door middel van een eenvoudige en overzichtelijke levensstijl bijdragen om de strijd aan te gaan tegen ecologische milieurampen en opwarming van de aarde en in een grotere harmonie met de schepping leven? Deze strijd is niet alleen de verantwoordelijkheid van de nationale leiders, maar van iedereen.
Moslims en christenen kunnen samen zoeken naar praktische manieren om samen te getuigen van vrede en om alle geweld uit naam van God te verwerpen.
Onder de Europeanen zelf, maar ook in het contact met vluchtelingen, zijn vriendschap en wederzijdse steun de enige weg naar vrede."


Het is niet de bedoeling om op deze heuvel  in Taizé te blijven zingen, of om alleen maar thee te drinken in zon. Er is genoeg te doen!!


vrijdag 14 juli 2017

Een bijzondere gemeenschap op een heuvel in Frankrijk

De oranje klapstoelen. De houten bankjes. De plastic drinkkommen. De liederen. De broeders in hun witte pij. Ik woon er niet, en toch ben ik er thuis.

Bijna 30 jaar geleden kwam ik hier voor het eerst. Ik herinner mij nog de eerste indruk: de grote kerk, met in het midden de broeders in hun witte gewaden en met het zingen, waarin ik helemaal werd meegenomen.

Hier op de heuvel van Taizé is een gastvrije plek. De broeders van de gemeenschap van Taizé delen hun leven elke week met honderden tot duizenden gasten. Velen van hen zijn jongeren van over de hele wereld. Zij kamperen hier of overnachten in barakken en ze zingen in de kerk, doen dagelijks iets van het werk dat er gebeuren moet (van eten uitdelen tot wc's schoonmaken) en ze zijn met elkaar in gesprek. Soms vol gelach en plezier, soms heel serieus. Dan praten ze bijvoorbeeld over het maken van keuzes, het omgaan met bezit, over dankbaarheid en moed.

Het dagritme wordt, zoals in elk klooster, bepaald door de vieringen. Zittend op de grond wordt er gezongen: liederen die vele malen herhaald worden en zo als een soort mantra fungeren. De lezingen en gebeden zijn in de vele talen van hun gasten én van de vele landen van herkomst van de broeders.  Want ook de broeders komen uit veel verschillende landen en alleen al aan hun uiterlijk kun je de vele continenten die hier met elkaar verbonden zijn.

De kerk in Taizé heet de kerk van de verzoening: tussen arm en rijk, oost en west, protestants en katholiek, tussen de oosterse en de westerse kerk etc. De broeders zijn meesters in het zoeken naar verbondenheid. Zo leven zij zelf hun leven open naar anderen en  andere tradities. Ze zingen liederen met teksten uit de bijbel, van kerkvaders maar ook van Theresa van Avila en van Dietrich Bonhoeffer. Sommige in kerklatijn, maar andere in vele andere talen.


De gebeden zijn voor mensen en situaties in onze wereld. en altijd is er ook stilte. In onze drukke wereld vol prikkels en verleidingen word je hier drie keer per dag even stil gezet. Je hoort een vogel of je bent je ineens bewust van je eigen adem. Je denkt soms aan de meest onnozele dingen of je beseft waar je dankbaar voor bent. In die stilte, gedeeld met zovelen samen, voel je je opgenomen in en groter geheel.

In zo'n week ben je deel van een wereldwijde gemeenschap. Je ervaart, ondanks alle verschillen, verbondenheid. Je deelt het eten, het werk dat je doet en je deelt je gedachten en je geloof.


 De kracht van de broeders van Taizé is hun uitnodigende, open houding. Zij (ver)oordelen niet maar maken ruimte in hun kerk en hun leven voor ieder die hier komen wil: gelovig of ongelovig, katholiek protestant of oosters-orthodox. Er komen de laatste tijd ook vaak jonge moslims met groepen mee en ook zij zijn van harte welkom.

Naar jongeren toe hebben de broeders een groot vertrouwen. Ze hebben echte interesse in hun leven, ze nemen hen serieus en ze geven hen verantwoordelijkheid.

Onze tijd is een tijd van polarisatie en vijandschap, van dreiging en geweld, van toenemende verwijdering tussen volken, landen en religies. De broeders stellen daar hun leven van liefde, solidariteit, van eenvoud en verbondenheid van hoop en verzoening tegenover. Ik hoop dat ik daar iets van mee kan nemen als ik na deze week terug ga naar huis.