donderdag 25 mei 2017

Zure augurkensoep en Turkse liefde

Snel nog een doos eieren, dan kan ik naar huis en gaan koken. Behendig manoeuvreer ik mijn winkelwagentje om pallets heen. Ik ken deze winkel als mijn broekzak: deze buurtsupermarkt bezoek ik dagelijks.

Ineens ben ik verbaasd. Géén eieren. Maar een schap vol onbekende verpakkingen. Ik doe een stap dichterbij. Mijn verbazing groeit: er staat geen Nederlands op de verpakkingen. Maar: Ogórkowa en Ziemniaki en andere voor mij volslagen onbegrijpelijke woorden.


Dan daagt het mij: dit is Pools! Ik pak een product op. Op de achterkant zit een stikker met de Nederlandse vertaling van de ingrediëntenlijst. Ogórkowa is zure augurken soep. Vol interesse bestudeer ik het schap: augurken, chocoladewafels, iets wat vermicelli lijkt maar –gezien de afbeelding op de verpakking- als pasta gegeten wordt.

Ik neem wat Poolse wafels mee en de pasta, de zure augurkensoep en de Ziemniaki, die geen stikker heeft, maar volgens mij een soort aardappelpuree is. Ik zie ook mierikswortel staan: dat moest ik eerder bij een andere supermarkt halen. Dit opent nieuwe perspectieven.

Hier in onze wijk zie ik regelmatig Poolse auto's en hoor ik mensen Pools praten. Jammer is het dat ik dat volledig niet versta. Uit een week in Taizé heb ik alleen de woorden 'Dzien dobre'  'goedendag' onthouden.



Bij de kassa reken ik af. Terwijl ik mijn boodschappen inpak, vang ik een gesprek op van twee mensen bij een kassa verderop. 'Ik ga elk jaar op vakantie naar Turkije', zegt een Nederlander. 'En elk jaar leer ik er een woord Turks bij'. De vrouw die bij die kassa haar boodschappen inpakt, straalt onder haar hoofddoek. Ze praten geanimeerd over welke woorden hij kent.

Hier in Almelo is ook een grote Turkse gemeenschap. Ik versta ook dat niet. Het enige woord dat ik ken, leerde ik op de kraamafdeling van het ziekenhuis waar onze oudste ter wereld kwam. De Turkse vrouw die naast mij lag, kreeg een dochter die zij Sevgi noemde. Ik probeerde het uit te spreken. Toen de moeder vertelde dat het woord 'liefde' betekende, vond ik dat zo bijzonder dat ik het nooit vergeten ben. Inmiddels is die Sevgi ook 27 jaar, zoals mijn dochter …

Natuurlijk moeten buitenlanders integreren. Maar wat is het fijn als je ook iets vertrouwds, iets bekends hoort of ziet. Want al woon en werk je hier, je hebt nu eenmaal wortels in een ander land, een andere cultuur. Dat hoort óók bij jou. Mijn rugzak is, als ik uit Zwitserland kom, niet te tillen. En wat geniet ik als ik op het station van Almelo mensen ineens onvervalst Zwitsers dialect hoor spreken.


Lekker zijn ze, die Poolse wafels. Voor hen vast een feest van herkenning. En als we nu allemaal eens wat woorden Turks of Pools zouden leren?

donderdag 18 mei 2017

De eenvoud van de stilte

Er zijn er honderden van. En nog wel mooiere dan deze. Want hier geen beroemde fresco's of glas-in-lood ramen. Dit is zomaar een oud Romaans kerkje in Frankrijk.

De muur zit vol vochtplekken, de vloertegels liggen scheef en vele zijn gebroken. De stoelen hebben witte 'sokjes' aan: ze hebben in het water gestaan. Voor in de kerk is een eenvoudig, grijs geschilderd altaar. Hier geen uitbundige kleuren, geen glans van goud of zilver.

In al zijn eenvoud en haveloosheid is dit kerkje mij bijzonder dierbaar. Het staat vlak bij Taizé, op loopafstand. Als ik een week in Taizé ben, is dit een plek waar ik graag kom.


Hier is het stil. En terwijl ik hier zit, in de koele beschutting van deze kleine kerk, realiseer ik mij wat dit voor plek is. Want in dit kerkje zijn in de loop der eeuwen vele pasgeborenen gedoopt, zijn huwelijken gesloten en rouwdiensten gehouden. Op de grond getuigen grote stenen platen daarvan. Deze grote stenen grafplaten zijn erg afgesleten, maar je kunt soms nog een naam of een jaartal lezen, bijvoorbeeld 1687 en 1776. Hier kwamen én komen mensen met hun geluk en met hun verdriet. Hier is gelachen en gehuild, hier zijn vreugde en verdriet gedeeld.

Ook in Frankrijk is de ontkerkelijking groot. Deze kerken zullen weinig meer gebruikt worden en nog maar zelden vol zitten. Toch is een plek als deze, ook en juist in onze tijd zó nodig: een plaats van stilte. Van ervaren dat je niet alleen bent, plekken waar je iets van de nabijheid van iets groters en hogers kunt ervaren. En dan niet in de dogma's en de regels, de pracht en de praal – maar in de eenvoud van de stilte.


Op het altaar staat een bos bloemen en brandt een lichtje. Iemand zorgt daarvoor met liefdevolle aandacht. De deur staat overdag altijd open. Je hoeft hierbinnen niks. Niemand die hier iets van je verlangt of verwacht, enkel dat je de stilte respecteert. Maar hier, in deze stilte is ruimte. Voor jou, voor je vragen, je emoties, je wanhoop en je hoop, je angst en je vertrouwen.

Van mij hoeven mensen niet in allerlei dogma's te geloven of aan allerlei kerkelijke regels te voldoen. Maar wat zou het mooi zijn als dit soort eeuwenoude plekken toch bewaard bleven. Als er ruimte blijft voor stilte, voor bezinning, voor het verlangen.


De kerk heeft vaak fouten gemaakt, veel beperkte mensenkennis tot eeuwige dogma's verheven, veel mensen gekwetst en afgewezen. Maar zij was ook de hoedster van de stilte, zij geeft ruimte aan vragen van het  'waarom' en 'waartoe'. In onze drukke, volle tijd nog nét zo nodig als vroeger … of misschien wel méér nodig dan ooit.


zaterdag 13 mei 2017

Het verlangen naar een huisje in Frankrijk

Als ik hier loop, begrijp ik dat wel: mensen die in Frankrijk een huis kopen. Op deze zonnige dag in het kleine Franse dorpje Ameugny bloeien de bomen. De blauweregen siert de veranda's en de irissen staan in volle bloei. Af en toe schiet een hagedis tussen de stenen.

De huizen zijn opgebouwd uit blokken gele natuursteen – allemaal verschillend en met aandacht gemetseld. Hier en daar zie je het uiteinde van een dikke, oude balk. Boven de ramen een dikke natuurstenen balk, daarboven een mooi ingemetseld driehoekje. Buiten staan de tuinstoelen en parasols klaar en zij spreken al van zomer.


 De tuintjes zijn romantisch: een rommelige weelde van allerlei half wilde planten en bloemen langs de stenen muurtjes. De klimplanten klimmen tot aan de dakrand en de oude stammen komen weer vol met jonge bladeren. Deze huizen staan hier al eeuwen, net als het kerkje in het midden van het dorp.

Dit soort oude huizen ademen rust en ontspanning. Ze stralen vrede uit en geduld. Zij roepen iets in mij op: de sfeer van gezellige saamhorigheid, van zelfgebakken appeltaart en zelfgetrokken soep. Van een glas wijn bij het haardvuur en van lange avonden onder de sterren en een vredige, ontspannen slaap. Wat is het hier stil, op de tjirpende krekels en tjilpende vogels na. Wat verlang ik naar zo'n paradijs.


Mensen denken vaak dat verhuizen naar een andere plaats of zelfs een ander land hen het grote geluk zal brengen. Soms is dat werkelijk zo. Maar vaak is het een illusie, omdat je jezelf meeneemt. Wij zoeken rust, maar nemen onze eigen onrust mee. Wij zoeken vrijheid, maar zijn met handen en voeten gebonden, bijvoorbeeld aan ons verleden, gemaakte keuzes of negatieve gedachten.

Ik loop op deze lentedag langs die oude Franse huisjes en word ineens overspoeld door dat gevoel: hier te willen wonen.  Alles te laten voor wat het is en hier opnieuw beginnen. Maar daar in die huisjes wonen mensen als ik. Mensen die piekeren over hun belastingaangifte, die spanningshoofdpijn hebben en die opzien tegen de dag van morgen. Mensen die soms genieten en ontspannen zijn, maar soms ook vol stress en zorg zijn.


 Zittend op zo'n oud muurtje denk ik over mijn verlangen na. Ik verlang niet naar zo'n huisje, maar ik verlang naar wat het voor mij symboliseert: vrijheid, rust en ontspanning. Het is de kunst om dat in je eigen huis en op je eigen plek te ervaren. Hoe kan ik mijn leven zo inrichten dat iets van dat Franse huisje in mijn eigen huis ervaarbaar is?

Kijkend naar die Franse tuintjes vind ik misschien al een antwoord. Want mijn eigen grasveld wil ik perfect groen hebben, zonder onkruid, maar hier geniet ik van die wilde gazons vol onkruid. Thuis wil ik alles onder controle hebben, maar hier geniet ik van de romantische rommeligheid. Vrede en rust zitten niet in een huis, maar wél in hoe we met de dingen omgaan!









maandag 1 mei 2017

Nu wordt het toch wel een beetje spannend…..

Bijna een jaar geleden is het dat ik mijn laatste blog schreef. Af en toe noteerde ik nog wat kernwoorden of maakte een foto, maar het lukte niet om het uit te werken. Er was geen rust, er was geen tijd.

Soms zijn er dingen die ons zo in beslag nemen dat al het andere moet wijken. Dat kunnen verdrietige dingen zijn. Bij mij was het de zorg voor mijn ouders. Na een moeilijke periode komt er nu wat meer rust en balans.

Soms zijn het ook leuke dingen die je helemaal in beslag nemen. Verliefdheid is zoiets. Of een nieuwe baan. Of het waarmaken van een droom. Bij mij was het dat laatste.

Ik droomde al jaren van een ruimte voor exposities, workshops, meditaties. Een gastvrije plek waar vergaderd kan worden, maar méér. Waar ruimte is voor stilte, meditatie en creativiteit. Ik droomde van leegstaande kerkjes, van oude schoolgebouwen of stations. Maar niet alle dromen kunnen realiteit worden. Langzamerhand kreeg het idee wat reëlere proporties tot het idee in ons leven ging passen, en wel in onze garage.




Een jaar lang werd er gegraven, beton gestort, gemetseld, gestuukt, geverfd en nog veel meer. Nu is het bijna klaar: een open, lichte ruimte. Het is bijzonder hoe dat ontstaat: stapje voor stapje. We zijn nu bezig met de laatste dingen en hebben de uitnodigingen voor de opening verstuurd.

Op 6 en 7 mei houden we open huis. Iedereen is welkom: op zaterdag 6 mei van 10 tot 17 uur, op zondag 7 mei van 12 tot 17 uur.

Het is prachtig dat mijn droom in vervulling gaat. Maar tegelijkertijd is het griezelig. Want dromen die niet uitkomen zijn heerlijk vrijblijvend: je kunt er helemaal in opgaan maar het heeft geen consequenties.

Dromen die gerealiseerd worden, gaan verwachtingen wekken. De inspanningen willen beloond worden. Je moet het gaan waarmaken. Dat is best spannend, die heel andere kant van die droom van mij.

Het is een beetje als bij dat programma 'Ik vertrek'. Ook daar overzien mensen niet altijd alle consequenties van hun droom. Dan zijn er ook van die spannende momenten dat je die camping nu wel gekocht hebt, maar niet weet of er wel gasten zullen komen.


Mijn droom is gerealiseerd, dat wil zeggen: de ruimte is klaar en krijgt de naam: ‘De Lichtkring’. Dat verwijst naar de kring van licht om een kaars of een vuur. Het licht staat symbool voor het goddelijke en in de kring van dat Licht mogen wij leven.

Ik heb een programma gemaakt met lezingen, meditaties en meditatieve wandelingen. Mijn droom is gerealiseerd en toch ook weer niet: hij moet tot leven gewekt worden door mensen die meedoen. Zo blijft dromen verwezenlijken spannend: omdat je het niet alleen kunt.

Voor de uitnodiging voor het open huis: zie 'Nieuws' 

Voor het 'proef-programma' in De Lichtkring, zie programma

vrijdag 10 juni 2016

Uitbreken en opademen

Het is stressen om de trein te halen. Ik moet vandaag voor mijn werk in Utrecht zijn en sta op tijd. Mijn agenda is elke dag vol afspraken en deadlines. Wekker en horloge regeren mijn dag. In mijn agenda staan dingen van mijn werk maar ook andere afspraken: een bezoek aan familie, een verjaardag, een dag mantelzorgen. 

Het zijn allemaal dingen die ik zelf wil. Ik houd van mijn werk en van mijn familie. Het is mooi dat mijn dagen gevuld zijn. Want wie geen vaste werkzaamheden heeft, moet zelf betekenis geven aan haar/zijn leven. Door alles wat ik doe, heeft mijn leven inhoud en ervaar ik voldoening.

Ik heb de trein gehaald en op mijn OV-fiets rijd ik door Utrecht. Aan het eind van de middag ga ik naar mijn nichtje, ook in Utrecht. We hebben allebei een druk leven en hebben elkaar al maanden niet gezien. We praten bij bij heerlijke soep en dan moet zij weer aan het werk. Ik stap weer op mijn OV- fiets om naar het station te fietsen en de thuisreis te aanvaarden.

Terwijl ik bij een stoplicht sta te wachten, bedenk ik mij dat de doorgaande trein naar Almelo pas over een klein uur gaat. In die trein kan ik goed werken en echt even wat doen. Het is een heerlijke lenteavond. Wachten op het station is eigenlijk jammer. Ineens ruk ik aan het stuur en fiets de tegenovergestelde kant op.

Geen idee heb ik waar ik naar toe rijd. Ik fiets zelden door Utrecht en dan alleen naar afspraken. Ik fiets door een prachtig park, langs studentenhuizen waar iedereen via een trappetje uit het raam kan klimmen en waar ze allemaal buiten voor het huis in de avondzon zitten. Ik kom langs het Rietveld-Schröderhuis dat ik altijd nog eens wilde bezoeken.

Rietveld-Schröderhuis in Utrecht

En zo ineens ben ik buiten de stad, omgeven door fluitenkruid en zingende vogels. De geur van meidoorn is overweldigend. Gele lissen bloeien langs het water, watervogels drijven statig voorbij. Achter mij de skyline van Utrecht, vóór mij ruimte en rust. 


Dit fietstochtje stond niet in mijn agenda. Het is een opwelling, een spontane actie. Ik had vanmorgen nooit kunnen bedenken dat ik op deze mooie avond op zo'n bijzonder plekje zou zijn. Ik fiets, zit op een bankje, maak foto's. Wat een heerlijk onverwachts cadeautje is dit!

Natuurlijk moet ik dan toch weer hard fietsen om mijn trein te halen. Maar dit kleine uurtje dat overschoot, gaf mij ruimte om iets te doen wat op dat moment in mij opkwam. Vaak doen we dingen omdat ze op ons programma of op het rooster staan, omdat ze gepland en afgesproken zijn: omdat ze moeten.  Daar is niks mis mee. We moeten nu eenmaal plannen en er is veel te doen. Maar ik heb ook zulke andere momenten nodig: onverwachtse, spontane, niet geplande.

Wij moeten leven met wekker en agenda. We hebben niet altijd vrij of vakantie. Maar laten we de mogelijkheid om er even uit te breken, benutten. Zoals dit fietstochtje bij Amelisweerd, en laatst een wandeling over begraafplaats Groenesteeg in Leiden, tussen mijn afspraken door.

begraafplaats Groenesteeg te Leiden in voorjaarstooi

Even iets ongeplands doen, iets wat ineens op je pad komt, iets wat spontaan in je op komt: dat geeft een gevoel van vrijheid en ruimte. Het maakt dat je even anders ademt, kijkt en luistert. Het zorgt ervoor dat je de tijd anders ervaart en dat je veel bewuster bent van je omgeving, van je eigen gedachten. Deadlines, wekkers en agenda's maken vaak dat we geleefd wórden – laten we er af te toe uitbreken en weer ervaren dat we zélf leven en dat uiteindelijk ons leven en onze tijd van óns zijn!


donderdag 2 juni 2016

Kunst en vrijheid

Veel mensen genieten van de schilderijen die in deze tentoonstelling te zien zijn: werken van Paul Klee, Ernst Barlach en Franz Marc bijvoorbeeld. Dat die schilderijen hier in Bern hangen, is helemaal niet vanzelfsprekend. Vele van de werken in deze expositie zijn aan vernietiging ontsnapt omdat ze op tijd verkocht werden naar het buitenland. Want in Duitsland waren ze in musea in beslag genomen en afgevoerd als zogenaamd  'Entartete Kunst', kunst die niet voldeed aan de eisen van het nationaalsocialistische regime.

Ik ben in het Kunstmuseum in Bern waar een expositie aan deze kunst is gewijd. Er ligt een keurig op een typemachine getypte lijst waarop duizenden kunstwerken netjes onder elkaar gerubriceerd zijn. De titel, de techniek en de naam van de kunstenaar. Tot zover lijkt het een normale lijst. Maar dan staan er afkortingen achter: de V voor verkocht, de T voor geruild en de X voor vernietigd. Achter de meeste werken staat een X. 

In 1937 werden ongeveer 20.000 kunstwerken van 1400 kunstenaars in 80 musea in beslag genomen en werden eigendom van het Duitse Rijk. De inspanningen van deze musea gedaan om de vele nieuwe kunststromingen uit het begin van de 20e eeuw te laten zien, werden daarmee in één klap teniet gedaan. De werken werden op een grote tentoonstelling nog eens bij elkaar gebracht en aan het grote publiek getoond, voordat ze voor altijd uit Duitsland zouden verdwijnen. Deze tentoonstelling werd een van de best bezochte tentoonstellingen van moderne kunst ooit. 

expositie van Entartete Kunst, München 1937

Op een filmpje van toen zie je keurige dames vol afgrijzen langs de werken lopen. Geen wonder, want er staat allerlei commentaar bij. Zoals: 'Zo zagen zieke geesten de natuur'. En in de catalogus staat bij een werk van Paul Klee met bomen: 'Niet het werk van een zeer onbegaafd kind, maar van Paul Klee'. Of bij twee werken van Kokoschka: 'Welk van deze drie tekeningen is gemaakt door een bewoner van een gekkenhuis? U zult verbaasd zijn: de tekening rechts boven. De andere twee werden ooit als meesterlijk grafisch werk van Kokoschka gezien'.


Tegelijkertijd met deze expositie van 'Entartete Kunst' was er ook de 'Eerste Duitse Kunsttentoonstelling' met door de Nazi's goedgekeurde kunst. Het zijn romantische taferelen, heldhaftige portretten en alles in traditioneel figuurlijke stijl. Het is onthutsend hoe mensen op deze manier gemanipuleerd werden en hoe hen een bepaalde kijk op het leven opgedrongen werd.

In de negentiende eeuw ontstond de moderne kunst: een breed scala van verschillende stromingen. Wat zij gemeen hadden was dat zij de van oudsher vaststaande regels voor kunstwerken niet meer in acht wilden nemen en zich vrij wilden maken. Velen genoten van deze nieuwe kunststromingen – anderen ergerden zich eraan. De Nazi's wilden dat die veelvoud aan stromingen vervangen werd door één vorm van kunst volgens de regels van het nationaalsocialisme.

Franz Marc, Blaues Pferd 1914

Maar 'Entartete Kunst' bestaat niet. Het was een kreet waarbij de Nazi's bepaalde kunst die zij niet mooi vonden, die zij niet begrepen of niet wilden begrijpen in diskrediet wilden brengen. De veelvoud en de vrijheid van de kunst moest vernietigd worden.

In het begeleidende boekje bij de expositie staat: 'De omgang met kunst is steeds een gevoelige indicator voor hoe het met de vrijheid in een samenleving is gesteld'. Wat de één mooi vindt, vindt de ander lelijk. Soms is kunst trouwens niet bedoeld om mooi te zijn, maar om iets onder de aandacht te brengen, om aan het denken te zetten. Veel kunstenaars zijn hun tijd vooruit en hebben andere opvattingen en ideeën dan de gemiddelde mens. Ook Rembrandt en Van Gogh werden in hun tijd niet begrepen. Zij keken anders naar de wereld en hun kritische blik werkte door in hun kunst.


Ik hoor het nogal eens: gemopper op eigentijdse kunst. Maar laten we toch niet te snel oordelen: wij hebben in de samenleving de kunstenaars nodig. En anders dan ik eigenlijk van plan ben, bezoek ik daarom in het museum in Bern ook de tentoonstelling met moderne Chinese kunst. Dit is misschien niet míjn blik op de wereld, maar wie weet kan ik iets van hun blik leren!

donderdag 26 mei 2016

De drang om te willen weten

Het is alsof ik in Leiden in de kamer van mijn zoon sta. Ik zie een haaienkaak, opgezette beesten, schelpen, fossielen en stenen. Er ligt zelfs een Nautilusschelp. En ook boeken, heel veel boeken. Overal staat of ligt iets: allemaal dingen die je verwondering en interesse wekken. Het is duidelijk: dit is de kamer van iemand die nieuwsgierig is, die verzamelt, onderzoekt. 

copyrights: fotograaf Taco van der Eb

De kamer van mijn zoon was altijd een soort rariteitenkabinet. Hij verzamelde van alles: vogelbotjes, slangenvellen, gedroogde krabben: niets was te gek. En alles moest bewaard worden. Zijn huidige kamer lijkt enorm op deze kamer waar ik nu in sta. Maar dat is een kamer van bijna 500 jaar geleden. 

Ik ben bij een expositie over een geleerde die in 1516 in Zwitserland geboren werd: Conrad Gessner. (Zijn naam wordt ook wel als Gesner geschreven). Hij moet net zo'n nieuwsgierig kind geweest zijn als mijn zoon. Hij werd een bepalende figuur in de wetenschap van toen. Hij was enorm veelzijdig, hield zich bezig met theologie, met biologie en taalwetenschap en hij was ook nog eens arts. Hij maakte herbaria met gedroogde bloemen en planten. Hij tekende ze – met bloem en blad, maar ook met wortels en vruchten, wat heel nieuw was in die tijd. Hij schreef boeken over plantkunde en dierkunde, maar ook vergeleek hij tientallen talen en zocht hij naar hun oorsprong en samenhang.

tekening van Conrad Gessner
uit: Historia Plantarum

Deze geleerde leefde in een spannende tijd, want het was de tijd waarin de boekdrukkunst net uitgevonden was en 'de nieuwe wereld', Amerika, ontdekt werd. Dat bood nieuwe kansen. Zo maakte Gessner een naslagwerk waarin hij honderden boeken beschreef. Maar hij wilde ook een overzicht maken van alle dieren die er bestonden. Zo was hij ook vol interesse naar de nieuwe wereld: hij had van collega geleerden die in Amerika geweest waren een cactus gekregen en twee cavia's. Dat baarde opzien in die tijd.

Onze zoon was in Maleisië voor onderzoek naar biodiversiteit en naar nieuwe soorten op Borneo. Hij bracht foto's mee van de meest bizarre beesten. Sommige soorten komen slechts in één grot voor. Bij mijn zoon zie ik dezelfde verwondering en nieuwsgierigheid. Wat bijzonder dat dat iets van alle tijden is: die drang om te willen weten, begrijpen, om verbanden te zoeken en te zien. 

Mijn zoon heeft via internet contact met wetenschappers over de hele wereld. In Gessners tijd was internet er niet. Maar in een van de zalen hangt een kaart van Europa. Daarop is het netwerk van Gessner uitgebeeld: oranje blokjes op plekken waar geleerden woonden waarmee hij contact had per brief: er zijn allerlei brieven van hem bewaard gebleven. Tot mijn verbazing stond de kaart van Europa vol met honderden oranje blokjes: ook bij Zierikzee en Amsterdam, maar ook bij steden in alle andere Europese landen.

 De boekdrukkunst was natuurlijk een geweldige impuls voor de wetenschap. Gessner had een uitgebreide bibliotheek. Enkele boeken uit zijn bibliotheek liggen in de vitrines. In de kantlijn heeft hij er soms van alles bij geschreven. Ze werden intensief gebruikt, deze boeken, en vormden de basis voor zijn steeds groeiende kennis én groeiende interesse.

tekening van Conrad Gessner
uit: Historia Plantarum

Gessner gaf les op een speciale opleiding voor predikanten. Want ook dat was een nieuwe ontwikkeling: de reformatie. Op die opleiding werden naast theologie ook natuurwetenschappen gedoceerd, omdat alles deel was van Gods grote schepping. Daarnaast was Gessner arts. In die tijd vormden syfilis en de pest grote bedreigingen. Op allerlei manieren probeerde hij medicijnen te zoeken. Helaas lukte dat niet en werd hij zelf slachtoffer van de pest, 49 jaar oud.

Gelukkig is de pest nu bedwongen. Dat hebben we te danken aan mensen als hij, die wilden weten en begrijpen. De wetenschap ontdekt nog steeds nieuwe dingen om je over te verwonderen. Mijn zoon kan verder borduren op wat mensen als Gessner begonnen zijn. Die kamer van Gessner in Zürich van 500 jaar geleden lijkt even die kamer in Leiden in 2016 ….. en zo gaat het vragen en zoeken, het vergelijken en onderzoeken door!


expositie in Landesmuseum Zürich, nog tot en met 19 juni 2016